Home Nieuws Activiteiten Kom langs Voor ieder Jeugd IVN

Kleine lampionplant (=Jodenkers) - Physalis alkekengi; Grote lampionplant - Physalis Franchetii; Inca-Goudbes - Physalis Peruviana

Ook de niet giftige Lampionplant behoort tot de Nachtschadefamilie (eigenlijk "nachtschaduw" vanwege de aanwezigheid van een demon als oorzaak van de vaak aanwezige giftigheid). Sedert een aantal jaren is de Physalis Peruviana als plantje gekweekt.


Bloei

De eerste lampionnen komen in juni tot ontwikkeling. De bloei gaat tot september. Eerst nog groen en daarna steeds fraaier gekleurd.

Leefplek

Tuinplant meest uit zaad gekweekt en vandaar verwilderd in bosranden en struweel. Op arme en voedselrijke bodems.

Areaal

De Kleine (30-60 cm) komt inheems voor in Europa behalve het noorden. Mogelijk uit Z.O. Europa afkomstig. Ook W. Azië. In Z. Afrika en Z. Amerika (Peru) wordt de Grote (tot 1 m) gekweekt voor de eetbare besvrucht. Nu in Middelbeers plantenkweek voor de Inca-Goudbes (Physalis Peruviana) (=Kaapse Goudbes).
Misschien is China of Japan oorsprongsland van de lampionplant (vandaar Engels: "Chinese lantern").

Naam

De vorm van de vrucht met kelk doet sterk aan een lampion denken. Geliefd voor droogboeketten na verwijdering van het blad.
De geslachtsnaam "Physalis" is "blaas" en is afgeleid van het Griekse "Phusao" dat "opblazen" betekent en dat ongetwijfeld op de ballon slaat. De Franse plantkundige Franchet is vernoemd in de toevoeging "Franchetii". Het "alkekengi" is Arabisch voor "bes". Die botanische "bes" is inderdaad als (eetbare) vrucht in de opgeblazen kelk aanwezig.

Kenmerk

Overblijvende planten met wortelstok maar vaker slechts éénjarig. De licht behaarde planten zijn middelhoog en staan al dan niet vertakt rechtop. De stengel is vierkant van vorm. De verspreide bladeren zijn lang van steel, eirond van vorm met een geschulpte of grof getande rand. Hier en daar lichte beharing.
In de bovenste oksels staan de witgroene stervormige iets knikkende klokvormige bloemen. De eerst nog kleine kelk- en de kroonbladen zijn onderaan vergroeid. De later oranjerode kelk groeit uit tot een opgeblazen ballon die de rode bovenstandige besvrucht helemaal omsluit. Na enige tijd zal de kelk verdrogen en in een doorzichtig gaasachtig netwerk veranderen.
De besvrucht van de Grote is eetbaar en wordt soms daarvoor gekweekt: Jodenkers (Middeleeuws hoofddeksel van Joden) = Kaapse kruisbes.
De Goudbes heeft een grotere witte kroon met 5 blauwe stippen aan de basis. De bes is geel en eetbaar in allerlei vormen. De kelk groeit niet uit.

Meer foto's in foto-album

Voor een lijst van alle tot nu toe verschenen plantbeschrijvingen:
Overzicht Nederlandse namen
Overzicht wetenschappelijke namen