HomeNieuwsActiviteitenKom langsVoor iederJeugd IVN

Bonte krokus - Crocus vernus; Boerenkrokus - Crocus tommasinianus; Saffraankrokus - Crocus sativa

Behoren tot de Lissenfamilie hetgeen blijkt uit de drie meeldraden en het driehokkig vruchtbeginsel. De Leliefamilie heeft 2 x 3 meeldraden.


Bloei

De Boerenkrokus bloeit als eerste in nawinter en vroege voorjaar afhankelijk van temperatuur en sneeuw. De Saffraan is de laatste.

Leefplek

Zo typerend voor de oude landgoederen van binnenduinrand en ook andere buitengebieden, zoals de Vechtstreek, waar rijke stedelingen hun buitenplaatsen lieten bouwen. Later vooral in Friesland ook bij oude boerderijen in siertuinen. Nu veel in parkbossen, tuinen en parken en op plaatsen, waar vroeger buitenhuizen gestaan hebben en nu als zodanig nog herkenbaar zijn aan hun stinzenplanten. Mieren en wind zorgen voor zaadverspreiding.

Areaal

Afkomstig uit de berggebieden van M. en Z. Europa is de Bonte Krokus (Crocus vernus) en uit de Balkan komt de naar de botanicus Tommasini genoemde Boerenkrokus (Crocus tommasinianus). Veel soorten, maar aanvankelijk werden alleen Bonte Krokus (paars of wit en wit met paarse strepen, gekleurde buis) en Boerenkrokus (paars met grijswitte buis) ingevoerd. Bij zonneschijn en aan het einde van de bloei gaat bij de laatste de trechtervormige bloem stervormig uitstaan. Ze bastaarderen gemakkelijk. Vanaf 1550 al in Nederland gekweekt. Crocus vernus (subspec. vernus = ”voorjaar”) is meest paars en Crocus vernus (subspec. albiflorus) is wat kleiner en vooral “wit bloeiend”.

Naam

De naam "Krokus" is zeker de Nederlandse schrijfwijze voor de wetenschappelijke naam "Crocus", die afstamt van het Latijnse "croceus" (in het Grieks "krokos") voor "saffraan" staande. Nog altijd wordt o.a. in India en Afghanistan uit de gedroogde saffraangele stempels van de in de herfst bloeiende Saffraankrokus (C. sativa) de kostbare geur- en kleurstof "saffraan" gewonnen.

Kenmerk

Drietallige bloem (ca. 10 cm hoog) tussen enkele tegelijk verschijnende lange smalle gootvormige bladeren met centrale witte lijn tezamen omhoog komend uit een onderaardse vezelbedekte afgeplatte knol.
De lange witte bloembuis heeft een vliezige schede en splijt bovenaan in 6 bloemslippen. Deze 6 bloembladen zijn bij de Boerenkrokus slechts 2-4 mm breed en wat spits van top. De bloemslippen van de Bonte Krokus zijn breder en afgerond. Het vruchtbeginsel is onderstandig en wordt eerst nog ondergronds in de trechtervormige bloemschede omsloten. Dit i.t.t. de Narcisfamilie, waar het vruchtbeginsel duidelijk zichtbaar onderstandig is (zoals bij narcis en sneeuwklokje).
Er is maar één krans van 3 meeldraden i.t.t. de Leliefamilie, waar er twee kransen meeldraden zijn (bijv. tulp).
De lange stijl draagt 3 waaiervormig uitstaande slippen. Na de bloei komt de vruchtdoos boven de grond en groeien de bladeren nog verder uit.

Waarneming

Eens – zo’n 40-50 jaar geleden - hadden wij verschillende jaren achtereen de gewoonte om in de herfst in de bloemzones van de tuin krokusknollen te planten. Het voorjaar daarop werden we dan verblijd met kleurige lentebodes. Op den duur zijn we toch gestopt met het ingraven van nieuwe knollen. Het was niet meer zo nodig omdat ze zich duidelijk vermeerderd hadden en zelfs spontaan voor een uitbreiding van het bloemareaal hadden gezorgd. Dat was dus boffen. Alleen bleek later dit groeiterrein zich uit te breiden en te verplaatsen van het oorspronkelijke plantgebied naar het aangrenzende grasveld. Het werd wel steeds mooier ieder jaar. Totdat we tot de ontdekking kwamen dat er uitbreidingen waren naar het oosten in de richting van buurmans tuin. En ook naar de wegberm. Met de wind mee zo te zien. Dan moest er dus ook sprake zijn van uitzaaiing en niet alleen nieuwe knolvorming. Bovendien kwamen er telkenjare elders verspreid nieuwe vestigingen in beeld op vreemde plekken tussen stenen en tegels en naast een muur. Dat kan alleen maar door uitzaaiing. Bij nadere beschouwing van de nieuwe groei bleek het type overeen te stemmen met de karakteristiek van de Boerenkrokus en niet van de Bonte Krokus. De laatste is de in vele variaties gekweekte vorm en de eerste lijkt meer op de oorspronkelijke wilde. Die kan zich blijkbaar nog op de natuurlijke wijze door bestuiving en zaadvorming uitbreiden, naar de meest onmogelijke locaties zelfs.
Nu is zo een heel veld in het gras (en mos) gevormd dat al heel vroeg in de winter nog activiteit vertoont in de vorm van lucifer-achtige wit/lichtblauwe staande stokjes. Bij zonnig weer gaan ze open en vaak al na één dag liggen ze al weer plat. Zowel na nachtvorst als na regen. Een onverwachte zonnige dag brengt met zich mee dat de lucifertjes zich wijd uitgespreid openen in afwachting van insectenbezoek. Een vroege hommel kan hier wonderen doen.

Meer foto's in foto-album

Voor een lijst van alle tot nu toe verschenen plantbeschrijvingen:
Overzicht Nederlandse namen
Overzicht wetenschappelijke namen