Home Nieuws Activiteiten Kom langs Voor ieder Jeugd IVN

Trompetboom (Catalpa bignonioides)

Biologie

De trompetboom wordt vooral aangeplant voor de sierwaarde van bloemen en bast. Met name oudere trompetbomen krijgen een prachtige knoestige bast.

De bladeren van de trompetboom zijn groot en hartvormig en komen pas laat in het voorjaar aan de boom.
De boom bloeit aan het begin van de zomer. De witte bloemen zitten in grote trossen aan de boom en lijken individueel op een trompet.
De trompetboom krijgt nauwelijks herfstkleuren. Bij de eerste nachtvorst valt het blad al van de boom.
De vruchten zijn lang en peulvormig en blijven vaak tot aan het voorjaar hangen.

Herkomst en gebruik

De trompetboom komt van nature voor in Noord-Amerika en Oost-Azië. De Latijnse naam Catalpa is een verbastering van het Indiaanse ‘catawba’ dat bonenboom betekent.

De boom is uit Amerika in Europa terecht gekomen via Engeland. De eerste Catalpa is daar aangeplant in 1726.

Een typische eigenschap van de trompetboom is dat hij vliegen en muggen op afstand houdt.

Waar te zien?

Monumentale bomen van deze soort in de gemeente Valkenswaard:
Trompetboom op Luikerweg 100