Home Nieuws Activiteiten Kom langs Voor ieder Jeugd IVN

Lawsoncipres (Chamaecyparis lawsoniana)

Biologie

De Lawsoncipres is het hele jaar door groen en hoort officieel bij de naaldbomen. Het is wel een vreemde eend in de bijt want eigenlijk heeft de boom geen naalden maar blaadjes. De kleine blaadjes liggen heel dicht tegen de twijgen aan waardoor deze op geschubde steeltjes lijken. Een cipres maakt geen knoppen maar groeit jaar op jaar in de lengte door.

Herkomst en gebruik

De Lawsoncipres is inheems in het zuidwesten van de Verenigde Staten en kan tot 60 meter hoog worden. De boom is in 1854 in Oregon ‘ontdekt’ en mee naar Europa genomen door mensen van de Lawson kwekerijen in Edinburgh (Schotland). Sindsdien zijn allerlei variëteiten ontwikkeld die in veel tuinen een plekje hebben gevonden. De Lawsoncipres wordt in Europa maximaal 30 meter hoog.
In Amerika wordt de boom Port Orford ceder genoemd maar omdat de soort eigenlijk geen ceder is gebruiken botanici liever de naam Lawsoncipres.

De Lawsoncipres levert licht en duurzaam hout. Het is geliefd in Azië, met name in Japan waar het wordt gebruikt bij de bouw van tempels.
Het hout bevat etherische oliën waarvan de geur motten afschrikt. Daarom werden vroeger uit cipressenhout mottenkisten gemaakt om kleding in te bewaren.
Omdat de vezels van cipressenhout mooi recht zijn worden er ook pijlschachten van gemaakt.

Waar te zien?

Monumentale bomen van deze soort in de gemeente Valkenswaard:
Lawsoncipres aan de Bergstraat